Return To Message Board
Author Topic:   Het kettingverhaal
Dave Huygen posted 9/10/02 10:28 AM     Click here to send email to Dave Huygen  
Houtvuren brandden warm in de haard terwijl buiten een storm woedde. Regen sloeg met vlagen tegen de ruiten en een losgeslagen luik klepperde in de wind.
Een bliksemschicht doorkruiste de hemel en verlichtte de verlaten hoofdstraat. De donder rolde en gromde.
Tijdens een pauze van dit natuurgeweld was er een zachter geluid te horen. Juist hard genoeg om hoorbaar te zijn: het geluid van paardenhoeven die het dorp naderden.
Het dorp bestond maar uit één enkele, in warmer weer, stoffige straat met aan de kanten enkele houten huizen en een houten looppad.
De ruiter, gehuld in een donkere bloedrode mantel en volledig doorweekt, reed het dorp binnen.
De ruiter voelde hoe ogen hem bespiedend aankeken. Hem opnamen en een oordeel velden.
Maar meer dan die rode mantel zagen ze niet. Voor een herberg, de enige in dit gehucht, stopte de ruiter en gleed van zijn paard. Hij leidde het paard aan de teugel naar een overkapping waar er nog een tweetal andere rijdieren stonden. Daarna liep hij naar de ingang van het gebouw. Een dubbele klapdeur, die met veel gekraak van verroest metaal openging toen hij naar binnen trad.
De ruimte was rokerig en in geen jaren meer gekuist. Vuil had zich op de vloeren vast gehecht en van de oorspronkelijke houten planken was niets meer te zien.
Een schurftige hond rende tussen de tafels door die allemaal bezet waren.
De aanwezigen bekeken de vreemdeling, maar weer onttrok de mantel de reiziger aan nieuwsgierige blikken.
De vreemdeling liep tussen de tafels door naar de grote bar aan de andere zijde van de ruimte.
Een grote spiegel stond in het midden tegen de muur met ernaast enkele kasten waar flessen met een bedenkelijk goedje in stonden te wachten op gebruik.
De reiziger zette zich aan een vrije plek aan deze bar en wachtte.
Dadelijk zou er wel een nieuwsgierige onruststoker zijn, wist de vreemdeling.
De stilte in de ruimte was voelbaar toen een reus van een vent recht stond en op de bar afkwam. De man was gekleed als een houthakker en zijn maten moedigden hem aan toen hij tussen de tafeltjes doorliep.
Met een grote vuile kolenschop van een hand greep hij de schouder van de vreemdeling vast en wou deze ronddraaien en de mantel afgooien. Een gehandschoende hand schoot uit en raakte de houthakker tegen de kin waardoor deze ineen zakte. Een andere man van dezelfde tafel stond op en rukte een mes uit het tafelblad.
Met een zekerheid in zijn bewegingen kwam de messenvechter op de nieuwkomer af. Hij moest uitwijken toen hij langs een rechtopstaande steunbalk kwam.
Een mes flitste in de hand van de vreemdeling.
Een jammerkreet ontsnapte aan de man zijn mond toen zijn hand tegen de balk gepind werd door het mes.
Van andere tafeltjes stonden nu meerdere mannen op, met messen in hun hand en een enkele had een bijl vast.
De mantel van de vreemdeling week achteruit en allen zagen ze de donkere wapenrusting die eronder gedragen werd en de hand die op het gevest van een zwaard lag.
'Genoeg!' riep de herbergier met bulderende stem terwijl hij een knuppel zwaaide om zijn woorden kracht bij te zetten. 'We moeten hier geen vechtpartijen, vreemdeling.' Het laatste woord werd met minachting uitgesproken.
'Vreemdeling?' vroeg de persoon in de wapenrusting. 'Is het dan al zo lang geleden dat je mij niet meer herkent Bachos?'
De vreemdeling wierp de kap van de mantel achteruit. Lang bruin haar glansde in het schemerlicht. Een paar ijsblauwe ogen keken de herbergier aan.
'Nnnnee, vrouwe,' stamelde de man. 'Het is enkel zo dat we u niet herkend hadden, wat komt u hier doen?'
Marius posted 9/29/02 12:43 AM    
Sofie's gedeelte:

"Je weet goed genoeg dat ik niet graag 'vrouwe' genoemd wordt. Freya is genoeg. Ik had gehoopt op een kamer voor de nacht, morgenvroeg ben ik weer weg."
"Oh?"
Freya keek hem met half dichtgeknepen ogen aan.
"Je hebt een leven, Bachos. Ik heb liever dat je niet in het mijne kijkt."
Bachos zuchtte en herinnerde zich dat de vrouw voor zich geen gewoon dametje was. Hij draaide zich om, nam een klein zilveren sleuteltje uit een kastje en gaf het haar. Zonder nog een woord te zeggen keerde ze hem de rug toe en liep ze naar de houten trap. De ogen van de andere klanten volgden haar tot ze uit het zicht verdween.
Enkele uren later rijden vier ruiters het dorp in. Voor de herberg stopten ze, sprongen ze van hun paarden en maakten de teugels vast aan de houten palen die waarschijnlijk als omheining dienden. Drie van hen keken elkaar even aan terwijl de vierde al naar de deur liep. De man ging binnen in de warmte van de herberg en meteen renden ze achter hem aan.
Alles werd stil binnen terwijl ze van kop tot teen bekenen werden. De eerste man, van middelbare leeftijd en zijn lange zwarte haren in een staartje gebonden, deed zijn jas los. Pas nu, in het licht van de olielampen tegen de muur, kon men duidelijk een uniform zien, maar het uniform van een generaal. Zwijgend liep hij tussen de tafeltjes door. Bij elke stap druipten de waterdruppels van zijn lederen jas af.
"Ik zoek een vrouw."
Eén van de halfdronken mannen begon te lachen.
"Nou, je mag de mijne wel hebben hoor!"
Meteen begon iedereen te lachen. In een flits werd alles weer stil. De dronken man keek naar het puntje van het zwaard dat vlak voor zijn neus gehouden werd.
De generaal keek hem dreigend aan.
"Ik raad je aan je mond te houden. Ik zoek een vrouw, niet onaantrekkelijk
en opvallend met een rode jas. Ze is goed met een zwaard en laatst gezien in het dorpje Roben. Heb jij haar toevallig gezien?"
"Ah...euh..."
Zijn hand ging omhoog en wees naar de trap.
"Ze heeft hier een kamer! Ze is boven!"
Het zwaard ging achteruit en weer in de schede. De generaal draaide zich naar de drie andere soldaten en knikte. De drie renden meteen de trap op.
Op haar kamer kijkt Freya op bij het horen van de voetstappen die de krakende trap op rennen. Kort daarna wordt de deur opengetrapt en de drie soldaten rennen naar binnen. Ze ruiken de geur van uitgeblazen kaarsen terwijl hun ogen proberen te wennen aan de duisternis.
Eén van hen valt neer als hij een zware klap op het hoofd krijgt. De andere
twee trekken hun zwaarden maar zien niets behalve hun makker die kreunend op de grond ligt.
"Waar is ze!"
"Geen idee!"
Zenuwachtig kijken ze rond.
"Daar!"
Een schim springt uit de schaduw van een kast en duwt de soldaat hard achteruit. Struikelend botst hij tegen zijn vriend die meevalt en zijn hoofd stoot aan de tafel.
"Goed, maar niet erg vriendelijk van je."
De generaal drukt zijn zwaard tegen Freya's rug.
"En nu onder ons..."
Freya trekt haar zwaard en draait zich om. Een klang als beide zwaarden elkaar raken. Even kijken ze elkaar in de ogen, voor Freya achteruit springt.
"Nee, ik heb genoeg oefening gehad voor vandaag."
Ze wijst naar de drie soldaten die proberen om op te staan. De generaal
lacht.
"Ja, je hebt ze duidelijk gemaakt niet met een vrouw te sollen."
Freya legt haar zwaard op het bed en steekt de kaarsen weer aan.
"Je verknoeit je tijd, Kenric. Ik ga niet terug."
"Prins Mikel heeft mij persoonlijk gestuurd om je te vragen terug te keren.
Het is winter, koud buiten, het regent voortdurend en wij moeten daar door rijden en dat allemaal voor jou. Doe mij en mijn soldaten een plezier en ga mee terug."
"Vergeet het."
"Wat is er nou zo erg aan het soldatenleven? Er is geen oorlog nu. Je kan op kosten van de prins in het kasteel leven."
"Als het aan hem lag, sliep ik in zijn kamer."
Kenric zucht.
"Ik weet zeker dat mijn prins niets meer zal proberen, Freya. Je hebt hem duidelijk gemaakt dat je niet geïnteresseerd bent."
"Als ik mijn dolk toen niet had tegengehouden, dan had hij jullie niet meer durven sturen. Ik ga niet terug!"
Eén van de soldaten staat muisstil op achter Freya. De generaal zucht.
"Goed dan, Freya. Als je niet uit vrije wil meegaat, dan laat je me geen keuze."
Een klap achteraan haar hoofd en alles wordt zwart voor Freya's ogen.
Bachos kijkt op als de soldaten naar buiten gaan. Eén van hen draagt een
grote zak over zijn schouder, een ander heeft een extra zwaard vast. Kenric
gooit enkele munten naar de herbergier.
"Hier, een van je kamers heeft een opknapbeurt nodig."
Zonder nog iets te zeggen verlaat hij de herberg. Bachos kijkt ongerust naar de trap voor hij de keuken ingaat.
"Elga, ga meteen naar Dillion. Zeg hem dat Freya in moeilijkheden zit."
De volgende ochtend kijkt Freya de kamer rond. Haar hoofd bonst en doet nog pijn van de harde klap van die nacht. Ze herkent de kamer. De donkere muren met het donkerblauwe tapijt op de grond. Een wandtapijt van een paradijselijke plek, met een stralende zon en een eenhoorn die zich baadt in het meer bij de waterval. De houten deur naar het balkon is dicht. Langst daar was ze ontsnapt toen de prins haar in haar kamer had opgesloten, nadat
ze bijna zijn trots had afgesneden. Toen wist ze dat ze weg moest.
De deur gaat open en een klein meisje komt binnen. Ze heeft een dienblad
vast met wat fruit, een theepot en een kopje op. Ze zet het op het tafeltje
en kijkt dan naar Freya. Met een glimlach, kuiltjes in de wangen en haar
oogjes dichtgeknepen door de lach, wenst ze Freya een goedemorgen.
"Rosalie?"
Rosalie, het jonge dienstmeisje van amper 9 jaar oud, maakt een kleine buiging. Sinds prins Mikel haar in het oog had gekregen en haar een kamer in het kasteel had gegeven, kreeg Freya de kleine Rosalie als page. Voor de week dat Freya in het kasteel verbleef, was Rosalie gaan opkijken naar haar vrouwe als een grote zus.
"Ik ben blij dat u terug bent."
Weer dat lieve lachje. Ze huppelde tot bij het bed, zodat de drie vlechtjes
in haar losse haren heen en weer sprongen.
Dan ging de deur weer open. Een welgeklede man met een verleidelijk gezicht en blonde lange haren in een staart gebonden, komt de kamer ingelopen en blijft vlak voor het bed staan. Hij grijnst naar Freya die woedend terugkijkt.
"Mikel..."

[This message has been edited on 02/28/2003]
Olga posted 10/16/02 7:35 PM     Click here to send email to Olga  
En Olga vervolgt:

"Mijn klein, scherpgeklauwd katje." Mikel wuift het kleine dienstmeisje met een enkel handgebaar het vertrek uit en begint dan zijn handschoenen uit te trekken. Zijn verschijning heeft iets van leeuw, zo trots loeren zijn ijskoude ogen de wereld in; zijn verschijning heeft iets misselijkmakends arrogants door de manier waarop hij grijnst zonder dat zijn krullende mondhoeken ook maar een rimpel in zijn gezicht trekken. Freya is bijna opgesprongen om haar woede en mes opnieuw in die zelfbewuste bedreiging te steken, maar Mikel sluit haar blik met een schok in de zijne en ze hapt naar adem, verdoofd in haar hoek. "Niet nu, poesje," zegt hij. "Het zou verspilling van tijd, energie en levens zijn. Je kan geen kant op. Ik ken je ondertussen; de vluchtpaden die je kiest, de manier waarop je je vijanden het liefst overvalt. Je zou geen schijn van kans maken. We kunnen onze tijd beter besteden, Freya Panagíotis."
Hij weet haar naam! Freya springt overeind, balt haar vuisten en laat zich dan weer verslagen tegen de muur vallen. Ze heeft geen schijn van kans tegen de ogen van Mikel, ze had beter moeten weten! Kijk hem niet aan, kijk hem niet aan!
Mikel kijkt met een triomfantelijke grijns neer op het hoopje mens aan zijn voeten. "Kijk me aan als ik tegen je praat."
"Ik wil niet met je praten," zegt Freya, terwijl ze hardnekkig naar de grond blijft kijken.
"Waarom breng je jezelf toch altijd zo in gevaar, katje?" zegt Mikel. Hij knielt voor Freya, neemt haar kin tussen twee benige vingers en dwingt haar blik in zijn richting. Zijn gezicht is zo dichtbij dat Freya Mikels adem langs haar lippen voelt strijken. Ze ruikt hem, zijn beeld vult haar hele gezichtsveld en ze haat hem. "Je laat jezelf balanceren op de afgrond, iedere keer opnieuw. Dan ontsnap je weer en zoek je weer een nieuwe afgrond. Je zoekt het ongeluk op, Freya, waarom laat je dat niet los? Ik kan je helpen dat weet je."
"Ik hoef jou hulp niet," zegt ze. "En als je met me wilt praten op dezelfde manier als vorige keer, kun je je de moeite besparen. Deze keer snij ik dóór."
Mikel schudt afkeurend met zijn hoofd. "Je hebt een levendige fantasie en slechte gedachten en ik vind het buitengewoon pijnlijk je verlangens onbeantwoord te moeten laten. Ik heb enkel geprobeerd je op vriendelijke wijze te helpen, dat heb je geweigerd. Je had mijn vrouw kunnen worden en de geweldadige scènes waren nooit voorgevallen. Niet dat ik van je hield, maar ik hou van zaken doen op amicabele wijze. Dat maakt het allemaal zoveel makkelijker voor mij. Maar dat heb je geweigerd. Ook goed, dan doen we het op een andere manier, minder aardig."
"Wat wil je?" Mikels vingertoppen steken pijnlijk in Freya's kin en ze voelt zich alles behalve gemakkelijk bij de woorden van Mikel. Hij hield niet van haar? Waarom had hij dan in hemelsnaam..? "Wat wil je?" vraagt ze opnieuw.
"Het gaat om een familiekwestie," zegt Mikel. "Iets waardoor jij een waardevol object voor mij bent geworden. Het gaat over je vader."
"Mijn vader?"
"Papa Panagíotis."
Freya probeert de onbewogen blik in haar ogen vast te houden, maar ze voelt hoe haar lippen trillen en ze slikt ongemakkelijk. "Mijn vader is verdwenen, heer."
"Oh, daar ben ik van op de hoogte, poesje, maak je niet ongerust." Mikel grijnst weer. "Want juist die verdwijning interesseert me. Je was klein toen hij verdween, was het niet?"
"Ik kan het me werkelijk niet meer herinneren," zegt Freya.
"Denk dieper na," zegt Mikel. "Want ik kan het me wel herinneren. Je was elf, de magische leeftijd van elf, toen hij verdween. Nee, hij verdween niet, hij liet je achter! Pijnlijk hoor, voor zo'n jong ding. Het moet je wel veel verdriet hebben gedaan."
Freya slikt opnieuw. "Hij moest."
"Och werkelijk? Kijk, nu worden de zaken interessant. Waarom moest hij?"
"Dat gaat je helemaal niets aan!" Freya kan de tranen die heet in haar ooghoeken branden niet langer bedwingen. Met een ruk schudt ze haar kin los uit Mikels greep en drukt zich met haar rug tegen de muur achter zich, aanstalten makend om of links of rechts langs het lichaam van de heer weg te vluchten. Maar hij is sneller, grijpt haar beide polsen en drukt haar tegen de muur, haar vluchtweg blokkerend met zijn armen en benen. Een schorre kreet van woede en onmacht ontsnapt uit Freya's keel, terwijl Mikel zich dichter tegen haar aandrukt en zijn neus in haar haren drukt.
"Een ontdekking was het niet?" fluistert hij in haar oor. "Een uitvinding, een ding wat niemand mocht zien. En jij weet waar hij heenging."
"Ik weet van niets!" roept Freya woedend. "Laat me los!"
Maar op dat moment schiet Mikels linkerhand van de muur langs haar nek omlaag langs de bescherming van kleding heen, naar haar borst. Niet om, wat haar opnieuw doet uitschreeuwen, haar huid aan te raken, maar om zijn vingers om een amulet te sluiten die al jaren heimelijk onder Freya's mantels en hemden bungelt. Even snel als de vingers de gouden ketting hebben gevonden, hebben ze hem van Freya's nek getrokken en hoewel ze haar handen uitstrekt en struikelend overeind probeert te komen om Mikel tegen te houden, heeft hij in twee lenige sprongen de deur bereikt.
"Ik vind hem," is het laatste wat de leeuw haar naroept. Daarna valt de deur in het slot.
Het lijkt of een eeuwigheid van ellende is verstreken als bij het vallen van de zon plots aan Freya's deur wordt gekrabbeld. Ze zit in haar hoekje, verslagen, haar armen om haar knieën geslagen, geketend in een val. Bij het geluid aan haar deur kijkt Freya verwonderd op...

[This message has been edited on 02/28/2003]
Marius posted 2/23/03 4:50 PM    
Walter's stukje:
Het is Silve, haar nicht waar ze mee opgroeide nadat ze door haar vader bij zijn zus was achtergelaten."Wat kom jij hier doen? Ik word zwaar bewaakt, je kan hier nooit veilig komen. Mikel heeft toegegeven dat hij me niet uit liefde wil maar om een familiekwestie!"
"Wees gerust. Ik ben geen lid van de familie die hij achterna zit. Hij weet nu dat we geen zussen zijn." Ze doet Freya teken mee in de hoek te komen ziten tussen de haard en de deur naar het balkon.
"Hij heeft me verteld wat hij van m'n vader weet."
"Het is je moeder waar het hem om gaat. Je hebt ze nooit gekend en onze ouders hebben enkel verteld dat ze een dappere vrouw was en ze enkel kunnen hopen dat wij ooit worden zoals zij. Daarom dachten we dat ze dood was, maar Mikel's spionnen doen verslag over haar. Ik weet niet waar en hoe , maar ze leeft Freya! Ze leeft en bij haar ligt de reden dat je hier vast wordt gehouden."
"En hoe weet je dat allemaal?"
"Rosalie vangt wel eens wat op, en dat speelt ze me door. De rest weet ik door de spionnen om te kopen. Ik heb ook geprobeerd om je bewakers zover te krijgen om je te laten gaan, maar dat lukt niet."
Freya bedacht hoe ze Mikel's mannen "omgekocht" zou hebben, geld heeft ze niet. Nee, daar wilde ze niet aan denken. Ze hebben altijd als zussen van elkaar gehouden en ze wist dat ze voor haar ook tot het uiterste zou gaan als dat nodig was.
"Als ik je uit deze kamer kreeg moeten we nog heel het kasteel door. Als je een zwaard vastkreeg zouden we al een eind verder geraken, maar echt wegkomen is uitgesloten. Het enige dat ik kan doen is hier komen om je dit te vertellen."
"Waarom laat je Rosalie dat niet doen?"
"Als Rosalie hier is word je afgeluisterd." Ze wijst naar de eenhoorn die aan de muur tegenover hen hangt. "Daarachter zit een spleet in de muur."
"Maar wat heeft hij met mijn moeder te maken? En waarom zou hij me vasthouden? Ik weet niks over haar, je zegt dat ze leeft. Het zegt me niks! Ik ken haar niet!"
"Ze heeft iets met Wolbachia te maken, iets waardoor jij heel kostbaar wordt voor Mikel."
"Die mythische stad? Wat heeft hij aan mij als mijn moeder uit die stad komt waar slechts dochters en nooit zonen geboren worden? Hebben de meeste mannen geen schrik voor de vloek die erover heerst? Is hij er trouwens wel zeker van of ze echt bestaat, volgens mij is er nog nooit iemand van zoektocht ernaar teruggekomen. Of zijn zijn spionnen de eersten, die aan de verleidieng om in een stad vol vrouwen te blijven konden weerstaan?"
"Ik weet niet hoe hij erop komt, maar hij is duidelijk zeker van zijn zaak. Ze moet erg belangzijk zijn en jij bent haar erfgenaam. Hoe belangrijk ze is weet ik nog niet presies, daarvoor zou ik haar moeten opsporen. Mag ik het medaljon dat je van haar hebt gekregen lenen, daarmee kan ik haar misschien vinden. Ik heb een afspraak in de herberg met iemand die me mischien verder kan helpen, als ik het medaljon bij me heb."
"Dat heb ik niet meer, Mikel..."
"Verdorie, die smeerlap staat al verder dan ik dacht. In dat geval mag ik geen tijd verliezen. Ik moet nu gaan, hoed moed. Berijd je voor op een wanhopige ontsnapping, ALs dat onze enige kans is, zal ik met de moed der wanhoop nog wel een aanval op til kunnen zetten als afleiding. Maar blijf vooral alert voor verborgen boodschappen die Rosalie kan overbrengen. Ik ga nu naar de herberg, de vrouw die daar wacht zou je moeder kennen.
Tot gouw hoop ik." Ze trekt een mantel aan met een kap over haar hoofd, slaat twee maal snel achter elkaar op de deur en verdwijnt als die wordt geopend gehaast de gang in.



http://elfwood.lysator.liu.se/~maernst


[This message has been edited on 02/28/2003]
Wilma posted 2/25/03 7:37 PM    
Wilma's stukje:

Freya is nu volkomen verward. Mikel vraagt naar haar vader maar volgens Silve gaat het eigenlijk om haar moeder. Nu is Mikel een onbetrouwbare bastaard in het gunstige geval dus het is zonder meer mogelijk dat hij haar probeert te misleiden door zijn hardnekkige vragen over haar vader. Of misschien houden die twee wel verband. Misschien is haar vader destijds verdwenen omdat hij haar moeder op het spoor was.
Een deel van Freya voelt een ongrijpbare pijn omdat haar vader blijkbaar zijn vrouw verkozen heeft boven haar, maar ze weet dat ze dat moet vergeten. Hij moest geweten hebben dat ze goed terecht zou komen bij zijn zuster.
Als dat werkelijk zo is dan denkt Mikel misschien dat zij wist wat haar vader ging doen en dat hij op die manier haar moeder kan vinden. En die ontdekking. O, zeker, ze had wel het een en ander opgevangen, maar haar vader was een voorzichtig man en hij was bijzonder bedreven in het bewaren van geheimen.
Het legendarische Wolbachia. De vrouwen van Wolbachia zouden bijzondere talenten bezitten. Talenten die alleen doorgegeven werden aan de vrouwelijk lijn. Dat was de reden dat er geen mannelijke kinderen geboren werden. Dezelfde eigenschap die de vrouwen zo bijzonder maakte zorgde daarvoor. Althans dat dacht men.
De vrouwen van Wolbachia zagen iets wat zij energiebanen noemden rond alle dingen. En sommige van die vrouwen waren in staat om die energie banen aan te raken en te manipuleren. En daardoor konden ze uitzonderlijke dingen doen. En omdat er alleen vrouwen in Wolbachia waren. Sterke vrouwen die niet door enige man beheerst werden, maakte dat mannen nogal zenuwachtig. Mannen noemden het een vloek dat er nooit zonen geboren werden in Wolbachia. Maar sommige vrouwen noemden het eerder een zegen.
Haar vader was bezig geweest met iets dat dat soort energiebanen moest kunnen detecteren zodat ook niet Wolbachianen ze zouden kunnen zien. Maar voor zover Freya wist was dat nooit ergens op uitgelopen.
Al met heeft Freya nu nog meer redenen om zo snel mogelijk te willen verdwijnen. Het idee dat ze op Silve zou moeten wachten en welke wanhopig plan die ook zou verzinnen stond haar helemaal niet aan. Freya gaat op zoek naar dingen in de kamer die als mogelijk wapen zouden kunnen dienen. Ze wil in ieder geval niet volkomen hulpeloos zijn.

Silve vertrekt snel. Dit bezoek had haar veel gekost en het had niks opgeleverd. Nou ja het was wel goed om Freya even te spreken maar het medaillon dat ze zo nodig had, had ze niet gekregen. Soms was het onvoorstelbaar hoe naief Freya kon zijn. Ze had zich nooit ook maar een moment beziggehouden met waar haar vader mee bezig was geweest. Of met haar moeder. Maar aan de andere kant was het ook wel begrijpelijk. Het verliezen van beide ouders op zo'n vroege leeftijd had van Freya een onbenaderbare persoonlijkheid gemaakt. Ze wilde onafhankelijk zijn en had daarom geleerd om voor zichzelf te zorgen.
Ze had het onderwerp waarschijnlijk opzettelijk vermeden. Maar Silve was altijd gefascineerd geweest door haar verdwenen oom en tante. Dat was een van de dingen die ze altijd voor Freya verborgen had gehouden. Ze wist dat Freya er vreselijk door van streek raakte.
En nu had ze waarschijnlijk contact met een van de vrouwen van Wolbachia. Alleen zonder het medaillon zou die haar waarschijnlijk niet vertrouwen.
Die vervloekte Mikel.

Silve bereikt de plaats van de afspraak. Het is er donker en verlaten. Een ogenblik lang denkt ze dat ze te toch nog te vroeg is maar dan maakt een donkere figuur zich los van de omgeving.
"Heb je het medaillon ?" raspt een stem.
"Nee," zegt Silve, "maar ik kan wel ..."
"Dan heb ik je niks te vertellen." onderbreekt de ander haar ruw.
"Maar luister nou." zegt Silve wanhopig. "Het medaillon is afgenomen van mijn nicht door prins Mikel. Mijn nicht is zijn gevangene. Ik weet dat ik nu niet kan bewijzen dat ze werkelijk de dochter is van Tyana maar u haar kon zien zou u weten dat het waar is. Ze is het evenbeeld van haar moeder hebben mijn ouders mij altijd verteld."
"U kunt toch niet werkelijk toestaan dat die arogante rotzak een dochter van Tyana kwaad doet." vervolgt ze aangemoedigd door de stilte die volgt op haar woorden.
"Mikel, is tot alles in staat en ik ben bang voor wat haar kan overkomen als hij haar lang in handen heeft."
Het blijft lang stil. Silve weet niet zeker of het zin heeft nog meer te zeggen. Dan wordt er een vraag op haar afgevuurd.
"Heeft je nicht nog bijzondere kenmerken ?"
"Wat bedoel je." vraagt Silve. "Ze is redelijk aantrekkelijk, heeft roodbruin haar en kan goed omgaan met een zwaard."
"Dat bedoel ik niet."
"Eh, ze kan heel hard lopen, ze is slecht in handwerken, ze kan redelijk zingen" Silve noemt in het wilde weg eigenschappen op. "Ze is soms heel koppig, als ze kwaad wordt lijken haar ogen van kleur te veranderen, Ze is slank. Ze maakt heel lekkere pannekoeken.
"Welke kleur krijgen haar ogen als ze kwaad is." onderbreekt de ander Silve.
"Rood, ik weet zeker dat als ze heel kwaad is dat haar ogen rood lijken. Maar mijn moeder zegt dat ik me dat maar inbeeld."
"Dat zou Tyana's kind kunnen zijn." mompelt haar afspraak. "Het zou kunnen."
"Natuurlijk is dat zo." zegt Silve. "Dat is het bewijs"
Je zou ook het een en ander gehoord kunnen hebben" werpt de ander tegen.
"Nee, echt niet. Ik wist niks van van ogen. Waarom gelooft u me toch niet." Silve begint steeds wanhopiger te worden. Ze begint zich af te vragen of ze een aantal mannen van het dorp zo ver zou kunnen krijgen mee te helpen om Freya te bevrijden. Freya heeft zich niet bepaald geliefd gemaakt met haar stekelige antwoord op de meeste benaderingspogingen van haar mannelijke dorpsgenoten. Aan de andere kant hebben ze wel op een bepaalde manier wel respect voor haar. Zoals ze voor een kameraad zouden hebben. Maar Mikel is wel een prins. En erg machtig.
"Ik heb besloten om je voorlopig het voordeel van de twijfel te geven." onderbreekt de ander Silve's gedachten.
"Vertel me nu alles over de plaats waar je nicht gevangen wordt gehouden. Dan zullen we zien wat we kunnen doen."
"En wee jou als je gelogen blijkt te hebben." voegt ze eraan toe.
"Zou ik misschien uw gezicht mogen zien." vraagt Silve, "Dat praat makkelijker."
"Nee." volgt de afwijzing ondmiddellijk. "Misschien later." komt er daarna als de ander Silve's geschokte uitdrukking ziet na die koude afwijzing.
"Begin nu maar te vertellen"


[This message has been edited on 02/28/2003]
Wendy posted 2/25/03 8:22 PM    
Wendy’s stukje

Silve slikt om de prop in haar keel te laten verdwijnen en beschrijft kort en bondig het kasteel en de kamers waar Freya gevangen wordt gehouden. Ze vertelt wat ze weet van de diverse bewakers en wanneer die precies patrouilleren en met hoeveel man. Even aarzelt ze, en dan vertelt ze de vrouw over een gang die onder het kasteel zou lopen en die één van de kamers van Freya zou uitkomen. Ondanks dat ze het gezicht van de vrouw niet kan zien; voelt ze dat ze plotseling opkijkt en Silve met een scherpe blik opneemt. ‘Weet je dat zeker, van die gang?’
Silve buigt beschaamd haar hoofd. ‘Niet zeker, vrouwe, het is een soort mythe onder de kasteelbewoners, maar ik weet wel dat het altijd tocht in die kamers en ik weet ook de ingang van de gang te vinden, al weet ik niet of hij overwoekerd is. Bij de witte boom in het bos, precies een halve mijl noordwaarts van de open plek in het bos.’
De vrouw overpeinst dit gegeven even en zegt dan met koele stem: ‘Goed, ik weet voldoende. Snel. Meer hoef je niet te weten’. Silve buigt, ze maakt een diepe buiging om haar respect te tonen, maar tegen de tijd dat ze opkijkt is de vrouw verdwenen met een zwaai van haar wijde mantel.

‘Vervloekt!’ Met een grom slingert Freya de kleedkist van zich af. Niet te geloven, niets bruikbaars, zelfs geen haarspeld te vinden in deze kamers! Mikel wist wat hij deed toen hij haar opsloot in deze kamers. Ze was al de hele dag bezig om te proberen wapens te verzamelen, maar zelfs nu, nu de nieuwe dag zich al aandiende, had ze nog niets gevonden.
Nijdig duwt ze een weerbarstige haarlok achter haar oor. Ze is gefrustreerd, haar lichaam staat klaar om te vechten maar er was niemand om tegen te vechten en ze had niets om méé te vechten! Uit pure frustratie schopt ze tegen de het wandkleed met de zon en de badende eenhoorn. Ach, was ze daar nu maar, vrij om te doen en te laten wat ze wilde. Haar boosheid zakte iets en ze keek naar de eenhoorn. Hoe land was het geleden dat ze op één van deze nobele dieren gereden had. Het leek wel eeuwig, maar het was op haar elfde geweest, die fantastische magische leeftijd van elf toen de wereld nog voor haar open lag. Dit alles was nu meer dan tien jaar geleden, bijna elf zelfs. Ik word oud, denkt ze met een cynisch lachje. Over een maand word ik tweeëntwintig, ook al zo’n magische leeftijd. Dan gaat mijn wereld pas echt veranderen. Terwijl ze dit staat te overpeinzen, dwaalt haar blik weer af naar de eenhoorn. Wat? Wat was dat? Het leek wel alsof... nee, dat kon niet. Het leek alsof de eenhoorn zijn ogen bewoog en naar haar keek. Freya is niet bang aangelegd en loopt langzaam op de eenhoorn af. Het oog beweegt zich weer terug, vlak voordat Freya het aan kon raken. Even aarzelt ze, maar dan bevoelt ze met haar vingers het oppervlak van het wandkleed. Er zit duidelijk een andere textuur. Voorzichtig duwt ze haar vingers een stukje naar binnen en tast een beetje rond met haar vingertoppen. Ze beweegt haar hand heen en weer en ze kan op die manier het gat groter maken, totdat haar hele hand erin past. Ze voelt weer rond, en dit keer kan ze een hendel voelen. Plotseling voelt ze een andere, warme hand over de hare heen en met een kreet trekt ze haar hand terug. ‘Freya?’ vraagt een bekende stem. Ze deinst achteruit. Die stem, dat kan niet! Die heeft ze al meer dan vijf jaar niet gehoord! Dan verschijnt er een gezicht voor het gat wat ze met haar hand heeft gemaakt. Het is een jongeman met een knap gezicht; zijn gelaatstrekken zijn regelmatig en zijn zwarte dikke haar is glanzend. Hij heeft heldere blauwe ogen, precies zoals Freya zich kan herinneren. De laatste keer dat ze in die ogen keek, zei hij dat hij van haar hield, waarop hij verdween en nooit meer terugkwam. Ze had haar onschuld aan hem gegeven, ze hield van hem en haar hart werd als ijs toen hij niet meer terugkwam. Nooit meer had ze zo van iemand gehouden als ze van het had gehouden, en nu is hij terug op een keerpunt in haar leven.
‘Robert...’ stamelt ze. Robert kijkt haar aan en glimlacht. O grote goden, die glimlach! Daar was ze ook op gevallen. ‘Freya, luister. We hebben niet veel tijd. Ik ben gestuurd door Dillion, een vriend van Bachos de herbergier. Je moet met me mee, Freya, het is belangrijk. De tijd is aangebroken. Het is tijd om te weten waar je echt vandaan komt.’


[This message has been edited on 02/28/2003]
Suzan posted 3/3/03 3:52 PM     Click here to send email to Suzan  

“Maar eerst moeten we zo snel mogelijk weg uit dit kasteel.” Spreekt Robert gehaast. “Snel, stap door het kleed heen.”
“Ik wist helemaal niet dat dit kleed een magische poort was.” Er was een lichte irritatie in Freya’s stem te horen. Als ze van de poort had geweten, dan was ze al veel eerder ontsnapt. Robert wijst naar een van de twee mannen die bij hem in het kasteel staan en probeert haar gerust te stellen: “Grimoire heeft het kleed betoverd. Nu snel op weg voordat we gesnapt worden.”
“Een zwaard voor de dame?” Vraagt één van Roberts metgezellen. Het is Dillion, die haar een zwaard overhandigt. Freya neemt het zwaard aan en Robert voelt een glimlach opkomen als ze het zwaard met een paar slagen goedkeurt. Daarnet in de kamer had ze nog zo wanhopig geleken, maar nu begint ze meer en meer van haar oude, krachtige karakter terug te krijgen. Ze is nog steeds de vrouw waar hij altijd van heeft gehouden. Het doet hem pijn te weten dat hij pas zo laat voor haar terug is gekomen.

Dagen lang was hij haar achterna gereisd en elke keer was hij weer net te laat om haar te ontmoeten. Hij werd er bijna radeloos van, totdat hij dacht dat hij haar eindelijk had gevonden. Na een nacht doorgereden te zijn kwam hij nog voor zonsopkomst aan in een dorp. Hij wist zeker dat Freya hier overnacht had. Ze moest er nog zijn.
Op zijn paard reed hij door het slaperige dorp waar verrassend veel activiteit gaande was. Twee mannen zaten te paard en één van hen, die Robert herkende als Dillion de molenaar, nam afscheid van een vrouw.
“Tot ziens, mijn lief. Ik moet dit doen. We hebben zoveel aan haar te danken.” Dillions vrouw knikte, terwijl ze met een bezorgde blik over haar ronde buik wreef. “Wees maar niet ongerust, mijn lief. Ik ben op tijd terug.”
“Wat is hier gaande?” Had Robert gevraagd.
“Wij gaan een dame in nood helpen, heerschap.” Antwoordde Dillion op zijn kenmerkende manier.
“En wie is die dame?”
“Dezelfde dame die het leven van mijn vrouw heeft gered.”
Freya! Op de avond dat ze elkaar leerden kennen had Freya met gevaar voor eigen leven de vrouw van de molenaar uit de brandende molen gehaald. De molen brandde af tot aan de grond, maar dankzij het dappere optreden van deze speciale vrouw was niemand ernstig gewond geraakt. Robert vervloekte zichzelf van binnen.
Hij had in alle stilte weg moeten gaan om een persoonlijke kwestie op te lossen. Het deed hem zoveel pijn zonder iets te zeggen op pad te gaan, maar het moest. Het had langer geduurd dan hij had verwacht…langer dan hij wilde en nu was hij misschien te laat teruggekeerd.
Toen hij de twee mannen vertelde wie hij was, stonden ze er alle drie op dat hij meeging. Onderweg vertelde Dillion veel over Wolbachia en Freya. Ook vertelde de molenaar over hun reisgenoot Grimoire, een grote, breed geschouderde man met een weelderige baard, die volgens de laatste mode in een rechtlijnig model was geknipt. Ze schenen elkaar al jaren te kennen.
Robert werd overrompeld door al deze informatie, maar het was belangrijk om Freya te kunnen redden uit de duivelse greep van prins Mikel.

“Wat doen jullie hier?”
Ze zijn tegen een page opgerend toen ze de hoek om gingen. De arme jongen ligt overdonderd op de grond en binnen een oogwenk heeft Dillion zijn zwaard opgeheven voor de doodssteek, maar hij wordt net op tijd tegen gehouden door Freya.
“Wat denken jullie in hemelsnaam aan het doen te zijn!” Ze laat haar indringende blik over Robert en zijn metgezellen gaan. Haar ogen blijven rusten op Grimoire en eisen een verklaring.
“Mijn ouders wilden een meisje.” Freya staat op het punt uit haar slof the schieten wanneer Robert haastig begint te vertellen.
“De enigste voorwaarde die hij stelde aan deze reddingsoperatie is dat er geen getuigen zullen zijn. Niemand mag hem zien.”
“Dat kan me niets schelen. Als jullie van plan zijn een massaslachting aan te richten, dan ga ik niet met jullie mee.”
“Ja, maar…niemand…”
“Dan trek hij maar een zak over zijn hoofd.”
“Maar, dan ziet…”
“Dan maakt hij er twee gaten in. Mijn besluit staat vast.” Zegt Freya boos voordat ze rap de gang uit rent. De rest volgt haar snel en voordat Dillion de rij sluit, slaat hij de jongen bewusteloos met de achterkant van zijn zwaard.
“Waarom mag niemand Grimoire zien?” Vraagt Freya terwijl ze een trap op rennen. Grimoire geeft ondertussen aan waarheen ze moeten rennen.
“Hij is voor prins Mikel plan C, zoal jij plan B voor hem bent.” Legt Robert al rennend uit. “Het gaat om macht en de vrouwen uit Wolbachia hebben macht via de engergiebanen. Als je een getalenteerd kind kunt trainen, dan heb je een machtig wapen in handen, maar kinderen zijn het meest beschermde in de hele stad.”
“Dus prins Mikel wil een kind van mij?” Huivert Freya. “Maar wat moet hij met Grimoire?”
“Geloof het of niet, maar hij schijnt de enige man te zijn die in Wolbachia is geboren. Er werd meteen na zijn geboorte besloten dat hij gedood moest worden, maar zijn moeder heeft hem de stad uit gesmokkeld. Omdat hij een man is kan hij geen energiebanen zien, maar misschien zijn kinderen wel.” Robert weet dat Freya nu hetzelfde moet denken als hij dacht toen hij het voor het eerst hoorde. Één man kan in zijn leven veel meer kinderen verwekken, dan één vrouw kan dragen. Prins Mikel kon zo beschikking krijgen over een heel leger van…
“Wat is plan A?” Vraagt ze.
“Dat weten we niet, dame.” Roept Dillion achter haar. Hij is wat achter gaan lopen om de deuren, die ze tegen zijn gekomen, te blokkeren. “Maar het moet in ieder geval iets zijn, dat hem veel sneller veel macht oplevert dan plan B en C.”
Plotseling beseft Freya iets. “Waarom rennen we naar boven als we naar buiten moeten?”
“Omdat Grimoire uit Wolbachia komt, kan hij geen gebruik maken van magie als er een ander uit Wolbachia in de buurt is. Hij kan ons dus niet hier vandaan toveren. Een soort tovenaar met een handicap.” Grapt Robert, maar hij ziet dat Freya serieus is. “Tot 6 jaar terug had prins Mikel een hoftovenaar. Zijn vertrekken liggen aan het einde van deze trap. We hopen daar iets te vinden waarmee we naar buiten kunnen.”

Buiten het kasteel wacht Silve ongeduldig. Uiteindelijk mocht ze toch mee met de vrouw uit Wolbachia. De vrouw heeft iemand vooruit gestuurd om te controleren of de geheime gang bruikbaar is en het wachten duurt nu al uren. Plots komt er in een mantel gehulde vrouw naar hen toe rennen. “Vrouwe!” Roept ze. “Grimoire is in het kasteel. Één van mijn raven zag hem naar binnen gaan.”
“Verrader!” Sist de vrouw naast Silve.
“Wie is hij?” Vraagt ze bezorgt. Ze hoopt dat er geen extra problemen zijn voor haar nicht.
“Grimoire, mijn kind,” legt de vrouw uit, “is de hoftovenaar van prins Mikel.”



http://elfwood.lysator.liu.se/libr/s/u/suzan4/suzan4.html
Mijn verhaaltjes

[This message has been edited on 03/04/2003]
MIng-Hua posted 3/12/03 9:53 PM    
Verbaasd kijkt Silve opzij, “Hoftovenaar?”
“Van voor je tijd, mijn kind. Voordat we hem duidelijk maakten hem niet dulden in dienst van prins Mikel.” De vrouw draait zich naar haar kameraad. “De gang?”
“Die is veilig, vrouwe. Maar de sluiting is kapot. Alleen aan de buitenkant kan het nog geopend worden.“
De vrouw denkt even na. “Goed, zet je raven uit en laat ze Grimoire zoeken. Kom dan naar de gang en wacht op ons.“ De vrouw in haar wijde mantel knikt, draait zich om en verdwijnt.
Silve voelt een hand op haar schouder. “Kom, we gaan naar Tyana's dochter. En wee je gebeente als het haar niet is!”
“Ssst,” sist Freya. “Ik hoor stappen.” De groep duikt weg in de schaduw. Aan de einde van de gang komen wachters de hoek om. Eén gaat naar een deur en voelt. “Op slot, sergeant! Geen bijzonderheden te rapporteren, sergeant!” Een vermoeid klinkende stem bromt:, “Ja ja, loop nou maar door. We hebben nog een heel kasteel te doen.” “Tot Uw orders, sergeant!” De wachters gaan terug de hoek om en de voetstappen verwijderen zich.
Even later komt Freya uit de schaduw. “We hebben nu een uur voor de volgende patrouille komt. Laten we er gebruik van maken”. Voorzichtig lopen ze naar de deur. Freya voelt aan de klink. “Inderdaad, op slot.”
Grimoire stapt naar voren. “Laat mij maar. Een aantal sloten zijn zo betoverd dat ik ze kan openen.” Hij tikt het slot aan en de deur zwaait zachtjes open. “Juffrouw, heren, als U mij het genoegen wilt doen om binnen te treden.” En met een grijns naar Freya zegt hij “Met jou erbij kan ik geen magie gebruiken, maar bezweringen werken nog best, nietwaar?”
Freya kijkt Robert vragend aan, “Met mij erbij?” Robert antwoordt zacht, “Ik leg het je uit zo gauw we veilig zijn”.
Grimoire leidt de groep de trap op. Boven staan ze voor een zware eikenhouten deur. Grimoire knipoogt naar Freya, “En uiteraard is ook dit slot betoverd.” Hij raakt het slot aan. En er gebeurt niets. Verbaasd kijkt Grimoire naar het slot en legt zijn hele hand erop. Nog steeds niets. “Maar hij moet zo open gaan!” Grimoire begint tegen het slot te duwen, dan tegen de deur. Geen beweging in te krijgen. Dillion tikt hem op de schouders, “Waarde vriend, volgens mij is dat een nieuw slot.” Verbouwereerd kijkt Grimoire naar het glanzende slot. “En wat nu?”
“Ik hoor Mikel”, fluistert Silve en voelt een hand voor haar mond. In haar oor hoort ze zacht “In de kamer?”. Ze knikt “ja”. “Kijk.” hoort ze en ze wordt naar een gat in de muur geduwd.
“De vogel is dus weer gevlogen?” Mikel draait zich langzaam om naar twee benauwd kijkende wachters. “En jullie hebben niets gezien en niets gehoord. En dat terwijl deze trouwe page haar en haar trawanten heeft proberen tegen te houden. Ongewapend en alleen nog wel. Misschien moet ik van mijn pages maar wachters maken. Misschien dat ik van mijn wachters PAGES moet maken, ERUIT!” Terwijl de twee wachters zich uit voeten maken draait Mikel zich om naar de page. “Je zag Grimoire? Hij leeft dus nog?”
“Ja heer. Ik herkende hem duidelijk.”
“En Dillion?”
“Ja heer. Hij probeerde mij zelfs te doden!”
Dillion, de molenaar?”
“Jawel heer!”
“Dillion, de part time moordenaar van pages?”
“Heer?”
“Heel amusant.” Mikel knipt met zijn vingers en een wachter komt binnen. “Sergeant!”.
“Jawel, heer Mikel!”
“Neem twee man en ga bij de molen kijken. Als de molenaar niet is waar hij hoort te zijn, neem dan zijn vrouw gevangen en breng haar hier. Het is zo onverantwoord een hoogzwangere vrouw helemaal alleen thuis te laten, nietwaar?”
“Tot Uw orders, heer!” De sergeant vertrekt en na een hoofdknikje van Mikel gaat ook de page er snel vandoor. Met gif in zijn ogen kijkt Mikel de kamer rond. “Kreng!” Hij loopt stampend weg. “Wachters, meekomen!” klinkt het in de gang.
Zacht hoort Silve in haar oor, “Ze is al weg. We hebben hier niets meer te zoeken. Kom.”
“Maar?” En weer die hand op haar mond. Ze kijkt nog één keer in de lege kamer en gaat dan mee.
Verbaasd kijkt Freya naar Dillion die met stukjes ijzer in het slot zit te prutsen. Een zachte klik en de deur gaat open. Grimoire stormt naar binnen terwijl Dillion zijn gereedschap wegsteekt. Freya kijkt naar hem. “Sloten kraken, molenaar? Een hobby?” Dillion draait zich naar Freya en zegt bruusk, “Dame, er zijn dingen waar je beter geen weet van hebt.”
In de kamer ziet ze Grimoire een steen uit de muur trekken en een kistje uit het gat pakken. Opgewonden roept hij haar toe, “Met deze amuletten kan ik jou compenseren en weer magie gebruiken.” Snel doet hij een groot aantal ringen en kettingen om. “En lest best, moeders amulet!” Met verbazing ziet Freya dat die erg op haar amulet lijkt. “Kom allen hier, we zullen verdwijnen op vleugels van magie.”
Diep ademhalend loopt hij naar het midden van de kamer, mompelend sluit hij zijn ogen, legt hij zijn handen tegen elkaar en heft ze naar de hemel. Dan tast hij opzij. Het mompelen wordt harder en harder. Het zweet begint te parelen op zijn voorhoofd. Het tasten wordt grijpen, steeds wilder. En dan opeens, “Nee, het lukt niet!” Woedend kijkt hij naar Freya. “Je bent alleen. En jij bent niet eens zo'n Wolbachiaanse heks. Deze amuletten voldoen! Ze voldoen! Waarom kan ik dan nog geen magie gebruiken? Waarom?”
“Ik zou het niet weten maar ik vind het wel prettig om te horen.” klinkt het achter ze. Ze draaien zich geschrokken om. Daar staat Mikel breed grijnzend in de deuropening. “Terug op je nest, Grimoire?” Wachters komen achter hem de trap op.
Robert reageert meteen en gooit de deur dicht waar Dillion direct een zware kist tegenaan schuift. Freya begint een kast naar de deur te duwen en roept “Grimoire, verzin iets! We moeten hier weg.” Grimoire kijkt paniekerig rond, pakt een kistje van de grond en begint aan de deksel te rukken. Dillion roept “Geen tijd om voorzichtig te doen!”, grijpt het kistje en smijt het tegen de muur kapot. Grimoire grabbelt tussen de stukken op de grond, pakt iets en springt op een tafel. Hij gaat zitten en slaat met een klap iets wat lijkt op een gevleugelde spijker in de tafel. “Iedereen op de tafel en dan stil! Ik moet me concentreren! Dillion, neem die tas mee!” De groep springt op de tafel die tot hun verbazing begint te zweven naar het raam. “Schiet op!”, roept Freya., “de deur gaat begint al open te gaan.”. Langzaam zweven ze door de opening. Dan een schok. De tafel blijft haken aan de poten. “Hoger, Grimoire!” “Gaat niet! De tafel is te zwaar.” Freya springt er meteen af, de tafel schiet omhoog en zweeft naar buiten. “Blijf daar hangen! Ik spring!” Ze klimt op de vensterbank, zet af, en voelt op het laatste moment een hand om haar enkel. Ze valt voorover de grond tegemoet. “NEE!” Sterke handen grijpen haar bij haar arm. Robert? Hijgend van de schrik kijkt ze naar de raamopening. Mikel houdt verbeten haar voet vast. Met een snelle beweging glipt ze de ene voet uit haar laars en geeft met de ander een trap. Een vloek en Mikel valt terug in de kamer terwijl Freya naar voren zwaait. “Aah!”, de pijn! Haar schouders! Maar ze hangt tenminste nog aan de tafel. “Tak!” Recht voor haar neus boort zich een pijl in het hout. “Grimoire, vlieg door! Boogschutters!” “Ik doe mijn best! Ik.......” “Grimoire? Wat?” “Op de toren. Een raaf..... Ze hebben me gevonden. Ze hebben me gevonden!” Freya kijkt achterom en ziet nog net een grote zwarte, menselijke?, vorm van de toren afspringen. “Grimoire, rustig blijven!” ”Nee, ik moet weg hier. Weg, weg. Laat me gaan!” “Nee Grimoire, niet opstaan! De tafel! We zullen vaaaaah....” Een plotselinge buiteling en de tafel duikt voorover. En alles wat Freya nog ziet is de duisternis waar ze met een duizelingwekkende vaart in stort.
Temp posted 3/28/03 3:00 PM     Click here to send email to Temp  
De duisternis wordt vervangen door scherp licht als Freya haar ogen opent. Ze kijkt om zich heen. ‘Rofl!’ Grimoire’s grommende stem! Freya staat op en loopt naar de hoek waarvandaan het gegrom was gekomen. Grimoire ligt daar tussen houtsplinters en stof. ‘Alles goed? Heb je je bezeerd?’ Freya helpt Grimoire overeind. ‘Freya, Grimoire, kom snel! We hebben misschien een uitweg gevonden!’ Freya draait zich om en ziet Robert wijzen, Dillion rent al de kant uit waarheen Robert wijst. ‘Waar zijn we? Wat is er gebeurd?’ Vraagt Freya terwijl ze Grimoire nog een eindje meesleept. ‘Geen tijd om daar over na te denken, nu! Wees blij dat we voor even van prins Mikel af zijn.’ Met z’n vieren rennen ze door een lange gang in de grot waar ze op de een of andere manier terecht waren gekomen. Aan het einde van de gang komen ze uit op een open plek in een bos. In het midden van de open plek staat een ronde steen, wat iets weg heeft van een primitieve altaar. Er ligt een spiegel, rijk versierd met bladgoud en heldere edelstenen. De groep staat abrupt stil voor het altaar wanneer de spiegel begint te zweven. Een mooie witte uil komt uit een boom gevlogen en verandert langzaam in een vrouw figuur, die de spiegel in haar handen neemt. Dillion is de eerste die zijn zwaard trekt en zet met een agressieve ruk een paar stappen in de richting van de vrouw. De vrouw heft haar hand, en met grote kracht wordt Dillion tegen een boom een geblazen. Nu trekken Robert en Freya ook hun zwaarden. ‘Die zijn niet nodig!’ Zegt de vrouw met een vriendelijke stem, terwijl de zwaarden uit de handen van Freya en Robert vliegen. ‘Wie bent u?’ Vraagt Grimoire. ‘Ik ben Aera, maar dat is niet van belang voor jullie. Jullie zullen mij ook niet nog eens te zien krijgen. Dit is iets tussen mij en Sorran.’ ‘Wie is Sorran? Wat wilt u van ons?’ Vraagt Dillion met een bruuske stem. ‘Sorran is de meesteres der raven. Jouw nicht, Freya, is in haar aanwezigheid. Wees daarover nu nog niet bevreesd, maar bereid je er wel op voor dat deze meesteres jou nicht niets goeds zal brengen. Nu, vraag niet langer door over mij of over Sorran, het is zaak dat jullie zo snel mogelijk naar Wolbachia gaan, voordat prins Mikel plan A heeft kunnen uitvoeren. Kijk wel uit voor Sorran, zij is nauw met prins Mikel verbonden. Als je onderweg een raaf ziet, zwijg dan!’ Aera stapt naar voren en houdt de spiegel bij Freya. ‘Jij bent een Wolbachiaanse vrouw. Al heb jij nooit geleerd je krachten te gebruiken, ze zijn in je. Deze spiegel helpt jouw bij het vinden van die krachten, wanneer je ze nodig hebt. Wees er zuinig op, en zorg dat prins Mikel of Sorran het niet in bezit krijgen. Maar bedenk wel dat deze spiegel alleen een hulpmiddel is, zonder deze zijn jouw krachten even krachtig.’ Stilte. Freya draait de spiegel in heer hand en kijkt nieuwsgierig op, maar de vrouw is weg. Op het altaar zit een grote witte uil. Als een echo klinken de woorden: ‘Ga nu! Vervolg je weg hier naar Wolbachia. Laat prins Mikel en het dorp voor wat zij is, maar keer wel zo spoedig mogelijk terug. Het uitvoeren van het plan van de prins is nu begonnen.’ Grimoire valt verbijsterd in het gras terwijl hij uit zijn waterfles drinkt. Freya onderzoekt de spiegel nog eens, terwijl Robert een hand op haar schouder legt. ‘Aera heeft gelijk, we moeten opschieten. Stop die spiegel nu veilig weg. Kom.’ Freya stopt haar spiegel in de buidel die Dillion haar overhandigd, en de vier gaan op weg naar Wolbachia.
‘Verdorie! Bij de vleugels van Pontis! Wat is hier gebeurd?! Hoe heeft die tovenaar het geflikt?! Hoe heeft hij kunnen toveren in de aanwezigheid van een Wolbachiaanse vrouw?!’ Woedend zwaait Mikel met zijn armen in de lucht terwijl hij de trap op loopt naar het vertrek van de page Rosalie. ‘Wachter Prigmi! Haal dat kind uit haar vertrek! Ik wil dat je haar verhoort, desnoods martel haar.’ De wachter aarzelt. ‘Het is nog maar een kind, prins!’ ‘Is dat zo?’ Vraagt Mikel met een uitdagende fluister in zijn stem. Maar dan begint hij te schreeuwen: ‘Het kan mij geen een molensteen schelen hoe oud dat kind is! Verhoor haar! En wel nu!’ Geschrokken rent de wachter het vertrek binnen en sleept Rosalie naar buiten en de trap af naar de kerkers. Briesend stampt Mikel naar buiten en trekt zijn mantel aan. Hij marcheert in een rechte lijn op een hutje af, net buiten het dorp. Hij klopt op de verrotte deur en stapt ongeduldig heen en weer. Een oude vrouw, wiens gezicht schuil gaat achter haar omslag mantal doet open. ‘Heer! Wat komt u hier doen? U kunt nu niet binnen komen, heer.’ ‘En of ik binnen kan komen! Freya is ontsnapt en wij moeten direct beginnen met het uitvoeren van plan A!’ Met deze woorden stormt hij het hutje binnen. Silve staat onmiddellijk op als ze de prins ziet. Een tijd lang kijken beide elkaar zwijgend aan.
Annet posted 3/31/03 11:49 AM     click here to send an icq message
De oude, in een mantel gehulde vrouw sluit de deur achter hem. “Wel, nu u toch al binnen bent…”
Mikel grijnst zelfgenoegd. “Silve…het is goed om je weer te zien. Alhoewel ik je allerminst verwacht had.” Dan valt zijn blik op haar handen, die niet zoals hij verwacht had bijelkaar gebonden zijn. In een flits heeft hij door hoe de situatie in elkaar zit, en intussen is Silve ook opgestaan. Ze stapt op de vrouw af. “Wat doet hij hier!? Volgens mij bent u niet helemaal eerlijk geweest tegen me.”
“Of tegen mij.” Ook Mikel staat nu voor de vrouw. Ze beweegt niet, maar zucht alleen maar. Mikel kan zijn woede bijna niet meer beheersen, en Silve doet een stap achteruit om zover mogelijk bij hem uit de buurt te blijven. De neiging om haar mes te trekken en de locatie van haar nicht uit hem te trekken is groot. Met een gijzelaar zou ze Freya wel mee kunnen krijgen uit haar gevangenis, maar als er inderdaad een tovenaar aanwezig is…
Haar gedachten worden ruw onderbroken door de stem van de vrouw, die onder de mantel duidelijk een grijns om haar lippen heeft. “Denken jullie nu echt dat ik je ga vertellen wat mijn plan is?” Ze lacht hardop, en begint dan zachtjes te prevelen. De woorden zijn onverstaanbaar, maar hebben een vreemd accent dat af en toe net hoorbaar is. Als de vrouw ophoudt met prevelen, lacht ze nog eenmaal en verdwijnt dan met een zwier van haar mantel. De deur is nog steeds gesloten en alleen een klein wolkje stof dat opstijgt van de vloer geeft aan dat iemand nog geen seconde daarvoor op die plaats gestaan had.
“Het ziet er inderdaad naar uit dat ze…” wil Silve zeggen, maar Mikel onderbreekt haar ruw.
“Je bent net als je nicht al een enorme lastpost! Dankzij jou loopt mijn plan nu in het honderd!” Hij grijpt haar ruw bij haar arm en heft zijn rechterarm in een beweging alsof hij haar recht in het gezicht wil slaan. Silve worstelt om los te komen van zijn greep, maar Mikel is veel sterker dan zij. Haar hand reikt onder haar riem om de dolk uit de schede te halen, en ze schreeuwt in Mikel’s gezicht. “Zonder mij hier had je nooit geweten dat zij een ander plan had! Als ik hier niet was geweest had ze jou net zo gebruikt zoals je Freya wilde gebruiken!”
Met een snelle beweging haalt Mikel uit, de rug van zijn hand slaat Silve vol in het gezicht. Zijn greep op haar arm verslapt en Silve valt op de grond. Ze heeft nu eindelijk haar dolk uit de schede, en ze krabbelt overeind. In de vurige poging om haar dolk in zijn schouder te planten, let ze niet goed op. Prins Mikel, een getraind vechter, stapt vlug opzij, en laat haar struikelen. Met een doffe klap valt Silve weer op de smerige vloer, de dolk ontsnapt uit haar vingers, en glijdt een stukje verder over de vloer.
Mikel trekt inmiddels zijn eigen dolk. Hij grijpt Silve in haar haar, en trekt haar hoofd achterover. Dan zet hij het mes op haar keel. “Geef me een reden waarom ik je niet hier en nu zal vermoorden.”
Silve denkt koortsachtig na, een traan rolt over haar wang en ze proeft bloed. “Ik weet wat die vrouw, wat zij, wat zij en haar vrienden willen.”
Mikel trekt het mes terug. Zijn lange blonde haar zit wild, een deel van de lokken hangt langs zijn gezicht terwijl de rest nog bijeengebonden is. Hij spuugt op de vloer, en laat Silve langzaam omhoog krabbelen.
“Ik neem niet aan dat je dat nu ineens zomaar aan mij gaat vertellen.”
“Natuurlijk niet, welke verzekering heb ik dat je me niet vlak daarna nog de keel openrijt?”
Silve veegt het bloed van haar wang, en reikt naar haar eigen dolk. Ze zal misschien later spijt krijgen, maar op dit moment heeft ze geen keuze.
“Wat zeg je van een wapenstilstand?”
ELFWOOD-NL posted 10/19/03 1:50 AM     Click here to send email to ELFWOOD-NL  


[This message has been edited on 12/22/2003]
ELFWOOD-NL posted 12/3/03 8:13 AM     Click here to send email to ELFWOOD-NL  


[This message has been edited on 12/22/2003]
Return To Message Board

Post New Topic